22 December 2014

Skigroep ‘de roze koeken’




21 december 2014

De opkomst was groot op de traditionele bijeenkomst van Skigroep ‘de roze koeken’.
Dit keer verzamelden wij ons in het Noorden van het land.
5 mannen en 4 vrouwen.


Kort. Klaar. Biertje?
De vrouwen zaten gezellig keuvelend bij een kopje thee en een versnapering.
De onzichtbare scheiding tussen de dames en heren was merkbaar.
Wij, de mannen, namen onze zaken door.
Hoe gaat het met de kinderen punt Hoe is het op het werk punt Sport je nog?
En ook vragen over en weer over de gezondheid werden gesteld.
Kort. Zakelijk. Klaar. Biertje?
Tussendoor de traditionele stiltes en een grap over de avonturen die de mannen de afgelopen jaren  hebben beleefd.
De avonturen lijken steeds avontuurlijker te worden…

Praten tussen het kauwen...
Bij de vrouwen gaat het anders.
Tijdens één van de stille momenten luister ik naar de gesprekken van de dames.
Ze lijken nog bij agendapunt 1 te zijn. Het gaat er rustig aan toe. Lekker makkelijk. Lekker simpel.
Vreemd eigenlijk dat er nog gepraat kan worden tussen het kauwen van de snoeperijtjes door.
Het gaat echter zoals het gaat. Verschil moet er wezen en zal er altijd zijn.

Tijdens het opdienen van de erwtensoep en/of hutspot hoor ik juist de vrouwen praten over een onderwerp dat wij al een uurtje ervoor in 2 minuten hadden afgerond.

Plotseling, alsof het afgesproken is begint één van de meiden met het kruisgesprek.
Op een spontane wijze wordt het gesprek van de vrouwen naar de mannen gemanoeuvreerd.
Knap hoe vrouwen dit op zo’n onopvallende manier kunnen doen.

Hulpbehoevende mannen...?
Er wordt aan Bert gevraagd hoe het met zijn ouders gaat.
Bert begint te vertellen en er wordt aan de overkant merkbaar gesouffleerd.
Tussen het groepje vrouwen bevindt zich namelijk de zus van Bert. Josefientje…
Josefientje haakt herhaaldelijk in op het verhaal van Bert.
“En oma is ook 80 geworden hè Bert?…”
Bert draait zijn hoofd even en richt zijn aandacht weer tot het gremium.
“Nou, en het afgelopen jaar heeft oma haar verjaardag gevierd. Ze werd 80.”
De aanwezigen reageren bewonderend op de laatste woorden van Bert.

Het is zichtbaar fijn om elkaar weer te zien en te spreken.

Snert.
Een rit van het Noorden naar de Randstad staat als laatste punt van de dag op de agenda.
Als we die avond laat naar huis rijden is het vrij stil in de auto.
Vijf mensen. Ieder met zijn of haar eigen gedachtes.
Genoeg gepraat? Moe? Gewoon nagenietend van de gezellige dag?
Ik ben ook stil.
Bij mij is echter de oorzaak van een anderhalf uur durend gevecht tegen de werking van de snert.

Volgende keer toch de hutspot maar.

08 December 2014

Figurant in zijn leven...


Zijn leven lang in het spotlight gestaan
Een leven lang toneel
In bijrol of als figurant
Een hoofdrol was teveel.


Eenmaal speelde hij zijn mooiste stuk.
Daar werd hij plotseling bang.
Hij verliet het toneel, en daarmee zijn leven
Niet via de hoofd- maar...
...de nooduitgang.

Daààg!

06 December 2014

Vermijd oogcontact!


Bondgenoot...
Iedereen maakt het weleens mee.
Zo’n moment dat je plotseling tegenover iemand staat.
In een winkel of op straat. Je maakt, om elkaar te passeren, dezelfde bewegingen.
Links. Rechts. Links.
Een ongemakkelijk moment maar vaak snel opgelost met een lach.
Sinds jaren weet ik dit soort situaties te voorkomen door mijn ogen neer te slaan en gelijk een duidelijke richting te kiezen.
Rest de andere persoon keuzes te maken en ieder vervolgt zijn weg.
Gewoon negeren die bondgenoot.


Binnenaardse wezens.
Vreemd eigenlijk dat we dit af doen met een lach.
Kom je eindelijk eens geen tegenpool tegen maar een magneet,
dan reageren we plotseling zo raar.
Soms ben ik mij meer dan gewoon bewust van de mensen die ik allemaal voorbij loop.
Wat voor personen negeer ik hier onbewust?
Het lukt natuurlijk niet om iedereen de hand te schudden. Daar is de wereld te groot voor.
Maar stel je voor dat een persoon echt zo op je lijkt. Zo bij je past!?
Dat je samen een kopje thee gaat drinken, in een gesprek verzeild raakt en totaal de tijd vergeet?
Zo’n gevoel van saamhorigheid. Binnenaardse wezens. Mens tot mens. “Kijk ons hier eens lekker rondzweven.”
Hoe leuk is dat? Probeer het eens!
Dit zou het gebruik van bijvoorbeeld een dating-app als Tinder totaal overbodig maken!
Maar app of niet,  misschien is het minder tijdrovend om elkaar direct met een ongemakkelijk lachje vaarwel te knikken.


Mijn stad.
Ik woon in een jonge stad.
Daar zijn wij een afspiegeling van de grote samenleving.
Hoe zou het zijn als wij eens wat meer oogcontact zouden hebben.
Dat we elkaar aankijken en trots zouden zijn op de mooie dingen om ons heen.
Een gevoel van saamhorigheid. “Kijk ons eens lopen in deze zorgeloze wereld…”.
Het lijkt me leuk om alle stadsgenoten te leren kennen.
Maar net als de wereld is zelfs Almere te groot.
Een utopie.
Maar…
Als we daar nou eens een appje voor zouden maken?

07 November 2014

ANWB? Het waren mooie jaren.



19 jaar geleden ben ik lid geworden van de anwb.
Een trouw lid mag ik wel zeggen.
Aanvallen van partijen als Route Mobiel weerstond ik met glans.
Mijn gedrag werd beloond met een heuse ‘gold card’.

Dubbel veilig!
Aangezien ik al jaren mobiliteitsgarantie krijg vanuit de dealer,
ben ik voorzien van dubbele garantie.
De mobiliteitsgarantie roepen immers de hulp in van… Juist!
De anwb!
Een dief dus van de eigen portemonnee.
Laksheid weerhield mij echter van opzegging.

Niet akkoord.
Vanmorgen de ondeugende schoenen aangetrokken
en gebeld met het opzegnummer van de anwb.
Tegen beter weten in wees ik op mijn trouwe lidmaatschap en vroeg
om mijn gouden voordelen over te zetten naar een ander gezinslid.
Hier kon de anwb niet mee akkoord gaan.
Ik besloot om verder geen vragen te stellen en vroeg de procedure in gang te zetten.

Zij begon.
“U weet dat het andere gezinslid nu hoofdlid wordt?”
Ik antwoordde mompelend dat ik dat vermoeden al had.
“En het nieuwe hoofdlid gaat ook meer betalen…”
‘De gifbeker moet leeg’; dacht ik.

Ik negeerde de opmerking en vroeg of ik een bevestiging kon krijgen.
Met een “Fijne dag!” verbrak ik de verbinding.
ANWB bedankt voor de mooie reis!

Ik liep je vannacht...



Ik liep je vannacht tegen het lijf.
Het was op dat marinefregat bij rijstvelden en zo.
Een moment kort na de oorlog.
Enkele jaren na mijn geboorte.
Bij het aquarium, in Amsterdam.
Je hield je politiepet vast tegen de wind.
Jij was eigenlijk best wel veranderd…
nadat ik jou voor het laatst zag.
Kort voordat jij stierf.

Heb jij mij vannacht ook ontmoet?

16 October 2014

@Rembrandt #Nachtw8.

Het overkwam mij weer.

Gisteren.
Ik begon te trillen en mij overviel een
ongekend gevoel van spanning.
Ik snoof, keek, voelde en ik rook
in een poging om te achterhalen
welk gevoel zich bezit nam van mij.

Het leek of ik bomvol energie zat.
Ik rook klei, verf en hout.
Mijn ogen trokken naar de ezels en kwasten,
de scharen, de kleuren en het papier.


Overdosis.
Ik voelde me blij in de hobbywinkel.
Maar waarom?
Moet ik gaan punniken? Of kleien?
Misschien toch schilderen?
Vanwaar die plotselinge overdosis aan creativiteit!?

Als de deur van de hobbyzaak achter mij sluit
laat ik het voor wat het is.
‘Back to business’.
Terug tot de orde van de dag.

@Rembrandt v. R.
Het laat mij echter niet los.
Stel dat meneer van Rijn, in de zeventiende eeuw,
ook de hobbywinkel had verlaten...
...en had geroepen ‘Back to business’?
Of dat zijn mobieltje het begaf terwijl
hij via whatsapp de nachtwacht aan
het mobiliseren was?
Stel je voor dat Rembrandt vervolgens
achter zijn peeceetje was gedoken?

Dat zou toch zonde geweest zijn?

Ik ga terug!

03 October 2014

Tafelbelletje

Ken jij die belletjes op de balie in een hotel?
Zo'n chroomkleurig belletje met een dopje er op.
Als je een hand er op legt dan hoor je "PING!".
Ze zijn er voor gemaakt om een gastgever te attenderen op jouw aanwezigheid.
Erg handig in een tijd dat iedere niet gewerkte minuut geld kost.

Bij ons op het werk staat zo'n belletje bij de balie van het restaurant.
Enkele uren per week is dit restaurant mijn werkplek.
Ik merk dat de gastvrouw op de stille momenten druk 'achter' bezig is.
Het belletje doet altijd keurig zijn werk. "PING!" 

Aandacht...

Ik maak eigenlijk nooit gebruik van zo'n belletje. Kortom omdat ik het 
te onvriendelijk vind. Ik heb een stem. Ik kan zachte geluiden maken of even kuchen om
mijn aanwezigheid te melden. 
Ken jij de belletjes op een balie? Ken je mensen die gelijk als ze 
gearriveerd zijn al binnen een minuut drie keer hard op de bel slaan?
Of ben jij zelf zo iemand?
"Ja, ze staan er toch voor?" Zul je zeggen.
Klopt.
Maar in het zeldzame geval dat ik er gebruik van maak, zal ik na 
de eerste zachte druk minstens een minuut wachten op een tweede poging.
Nee, laat mij maar op een menselijke manier de aandacht vragen.

Die ene aardige juffrouw.

Zo ook die vroege ochtend.
Op weg naar het kantoor en ik geef mijn zoon even een slinger naar zijn werk.
Onderweg stop ik om te tanken bij mijn vaste station.

Via de shop loop ik naar de kassa. Er is niemand en ik zie de deur 'naar achter'
open staan.
Kennelijk is de medewerker 'achter' bezig.
Er staat een belletje op de toonbank, naast de aanbieding van de week.
Ik hoor mijn zoon plotseling een vrolijk wijsje fluiten en ik roep heel 
zachtjes "Goedemorgen..."

Een vrouwenstem roept: "Ja ja, ik kom er aan!".
In de vrouw herken ik die ene die altijd zo vriendelijk is.
Zo menselijk.
Ik antwoord zachtjes maar hoorbaar: "Rustig aan!"

Ferme taal!

Als de vrouw even later verschijnt lacht ze vriendelijk maar wijst mij 
op de aanwezigheid van de bel.
"Er staat een bel hoor! Speciaal voor dit soort momenten. Sommige mensen 
gaan namelijk roepen...
Daar heb ik zo'n hekel aan!"
Ik lach vriendelijk en overweeg even om mijn zienswijze te prediken maar besluit om
het er bij te laten.
Als ik buiten sta kijk ik mijn zoon aan.
"Zie je. Zo ontstaan nu oorlogen. Mensen bedoelen vaak hetzelfde maar soms
synchroniseren de meningen niet.
Hij voelt het aan en zegt: "Ja, daarom ging ik fluiten..."

10 August 2014

Spanje, professionele liefdesrelatie en afzuigen.

2 weken geleden, enkele dagen voor mijn vertrek naar Benidorm begon het plotseling.
Een zeurende pijn in mijn kies.
Paracetamolletjes hielpen niet en ter voorkoming van ellende in Spanje en de hoogstwaarschijnlijk slecht georganiseerde zorg aldaar, besloot ik in contact te treden met mijn tandartsenpraktijk.
Mijn tandarts was met vakantie maar er was een goede waarnemer.
Met mijn eigen tandarts heb ik in de afgelopen jaren een vertrouwensband opgebouwd, de overblijfselen van mijn gebit als monumentaal bestempeld en zo ook te behandelen.
Met enige onrust besloot ik mij over te geven aan de vervanger. Een paar foto's en een wortelkanaalbehandeling later verliet ik de praktijk.
Mét een recept voor antibiotica.

Tijdens de vakantie begon de kies weer te laten merken dat hij het niet naar de zin had.
Ondanks de paracetamol én de ibuprofen zijn sommige dagen toch anders verlopen dan ik mij had voorgesteld.
Eenmaal weer in Nederland toch maar naar de spoedpost gebeld.
Na een flinke ondervraging spraken wij af dat ik door de dienstdoende spoedtandarts zou worden teruggebeld.
"Oh ja, u wordt verzocht om contant geld mee te nemen. Max 200 euro...".
Ik vervoegde mij kort daarna bij van Puffelen. Hij nam een foto en bood zijn excuses aan dat het een beetje onrustig was.
Hij was die dag de vervanger van de vervanger en er was geen assistente zodat zijn vrouw die zaken waarnam.
"En de kinderen lopen hier ook rond. De jongste is een beetje uit haar doen. Heeft ze anders nooit...".

Goed, de foto werd bekeken en aan de plotselinge bolling van het mondkapje was te zien dat hij een diepe zucht slaakte.
De bacterie was hardnekkiger dan normaal. Zijn blauwe ogen keken mij aan en boven het geluid van de krijsende baby hoorde ik hem twee opties voorleggen.
De kies elimineren of de noodvulling verwijderen en het kanaal nogmaals goed reinigen.
Hij keek daarbij alsof dit sowieso weinig kans had.
De eerste optie had niet mijn voorkeur. Integendeel! Niét zonder overleg met mijn eigen tandarts.
Met de nodige onrust koos ik dus voor de reiniging.
Onaangekondigd zette hij de spuit in mijn kaak en in de wachtkamer voelde ik de omgeving van mijn mond opzwellen.
Na een minuut of tien kwam de moeder... euh, de echtgenote... euh, de assistente naar de balie.
Haar truitje zag er wat vlekkerig uit alsof de baby iets had teruggegeven.
De oudste kroop bij haar op schoot en speelde met het adresstempel van de praktijk.
Hij stempelde in zijn hals en even snel boven het decolleté van zijn moeder.
Zou spannend kunnen zijn, zo'n tattoo boven de boezem.
Het kind werd tot rust gemaand en dan kwam ze naar mij toe.

"Meneer, de behandeling zal niet duurder worden dan 300 euro. Dat is bekend?"
Ik antwoordde zo beroerd mogelijk dat ik mij had laten vertellen door de spoedpost dat het maximumbedrag €200,00 zou zijn.
"Oh, hier verderop is een geldautomaat..."
Ik schudde mijn hoofd. "Mevrouw, ik heb een maximumbedrag meegenomen van huis en ik heb geen pas bij me!"
Ik begon mij vreselijk vervelend te voelen.
Krijsende kinderen en een assistente die tussen de bedrijven door probeerde om haar kinderen te slijten aan een oppas.
Ik voelde mij vervelend om mijn monumentaal bezit in handen te geven aan iemand die minder geld zou gaan ontvangen dan gewenst.
Plotseling had ik er genoeg van.
"Mevrouw, ik wil de behandeling tot dusverre betalen en verdere acties staken. Ik heb hier geen goed gevoel over!"
De ogen van de assistente rolden even en ze liep naar haar man.
"Henk? Meneer wil de behandeling staken!"
Blauwoogje kwam naar mij toe en vroeg mij wat de reden was.
Ik herhaalde mijn woorden en voegde daar aan toe dat het mij onduidelijk was waar het verschil van €100,00 nu precies zat.
Hij legde het uit en wist mij te overtuigen.

Hetzelfde moment dat ik in de stoel kroop, waren de kinderen tijdelijk uit huis geplaatst. Rust!
De tandarts begon de behandeling en ik prentte alle belangrijke zaken in mijn hoofd.
2,1 mm. Nog een foto. Wit 45. Bacteriedodend papje.
De assistente deed haar best en gaf zelfs enkele keren tijdig de gereedschappen aan de tandarts.
Voor de patiënt voelde het dubbel.
Boven zijn hoofd zaten twee mensen professioneel te doen maar dat de relatie tussen hen niet puur zakelijk was voelde vervelend.
"De kies moet nu nog een keer gereinigd worden."; zei de vrouw met de nog steeds aanwezige sluikreclame ergens onder haar kin.
De tandarts snauwde klaarblijkelijk onhoorbaar.
"Oh, maar ik bedoelde het niet als aanmerking hoor!"; zei ze tegen de dominante echtgenoot.
Ik zag het allemaal aan en slikte zo nu en dan het speeksel achter de flap in mijn mond weg.
"Meneer. Zal ik u even afzuigen?"
De korte bolling van mijn flapje verraadde waarschijnlijk dat ik een diepe zucht slaakte.

Ik schudde voorzichtig mijn hoofd en dacht aan Spanje.
Aan de veronderstelde slechte tandartsorganisatie aldaar.
Had ik toch niet beter...?
Enfin, achteraf was ik blij dat de tandarts én zijn assistente klaar stonden om mij te helpen.
Petje af eigenlijk.
Dank zij deze tortelduifjes ben ik inmiddels 24 uur pijnvrij en 'slechts' €200,00 armer.

14 May 2014

Zij...



Lage zon.
Auto.
Polder
Plotseling voor mij
Zij.
Naakt.
Haar voeten in een regenpoel.
Zij wast.
Ik zweet.
Naderbij.
Hart jaagt.
Onbeweeglijk.
Zij en ik.
Ik nader.
Claxon.
Confrontatie.
Zij slaat
haar vleugels uit en
gaat.

Ik spring een gat in de lucht.

Ik spring een gat in de lucht,
om zo de wolken te verjagen
opdat jij een kort moment
dat lievelingsjurkje kunt dragen.

Ik spring een gat in de lucht,
om je te beschermen tegen de zon
opdat jij je niet zult branden
ik wou dat ik dat kon.

Ik spring een gat in de lucht,
om de zilveren randen weg te plukken
van die dappere wolk die het waagt
je de schaduw in te drukken.

Ik maak je het mooiste weer,
ik pluk je de fijnste vrucht
als jij je zo voor mij vertoont
dan spring ik een gat in de lucht.

De vlieger



Een antwoord op de brief aan de vlieger van André Hazes.

“Lieve André,

Wat een fijne brief was dat zeg.
En aan zo’n mooie vlieger!
Heb je die zelf gemaakt?
Vroeger toen jij nog zo een klein kereltje was kon je al zo lekker knutselen.
Totdat je begon te zingen.

Wolkje.
Het heeft zeker wel lang geduurd hè, voordat de vlieger mij bereikte.
Ja, het is ook erg ver naar de hemel.
Je vraagt hoe het met mij gaat?
Nu, wel aardig. Er is weinig te doen.
Slechts zitten op mijn, wat jullie noemen; "wolkje".
Nou, een wolkje is anders hoor!
Het is hier zo overbegeest dat de wolkjes al eeuwen geleden zijn uitverkocht.
Het is dus alleen een beetje rondzwerven en denken.
Ja, slechts met denken kun je de tijd verdrijven.
En natuurlijk met het terugkijken op aarde.
Maar ja, wat wil je als geest hè.

Rijk van geest.
Ik kan niet eten, niet lopen, eigenlijk kan ik niets.
Mijn mond, armen en benen hebben jullie beneden met de rest van mijn lichaam begraven.
Ik heb niets mee kunnen nemen, behalve mijn geest.
Ik kan je zeggen dat ik sinds ik dood ben wel een stuk intelligenter geworden ben hoor.
Mijn geest is een stuk rijker geworden.
Jammer dat dat niet eerder gebeurd is, ik had je zoveel extra's mee kunnen geven.
Wellicht waren je liedjes dan ook wat beter geweest.
Trouwens, drink je nog zoveel als toen?
En eet je al wat minder?
Weet je waar wij ons hier vooral mee bezig houden?
Met praten en denken.
Praten over de wereld beneden.

Beschermengel.
Alle belangrijke datums gedenken wij in stilte.
Niets kunnen wij meer meemaken.
Neem bijvoorbeeld voetbalkampioenschappen, verkiezingen of Maxima.
Triest hè?
Verder houden wij ons bezig met het spelen van beschermengel.
Alle geesten willen hun familieleden beschermen.
Als het onverhoopt mis gaat beneden dan zorgen wij er voor dat de familieleden bij ons in de buurt komen. Ik heb dus een probleem.
Niemand wil André Hazes hier hebben.”

Veel liefs van je moeder.

Stille Nacht

Zomer.
Het was juli. Een warme nacht.
Patrick lag in bed.
Hij lag wakker en zijn gedachten stonden niet stil.
Hij dacht aan Kerst, aan zijn vader.
Het was nu alweer 7 maanden geleden dat hij overleed.
Op vierde kerstdag. Wat een afschuwelijke tijd was dat.
Het was weliswaar mooi dat hij die Kerst nog had mogen meemaken.
De Kerst van de techniek.
Ja, daar hield die ouwe van.
Wekelijks was hij wel te vinden in de elektronica speciaalzaak.
Hij genoot van alles wat maar met communicatietechniek te maken had.
Wat hadden ze die laatste weken veel gekocht.
Een GSM, een PC met uiteraard Internet en een CD-writer.
Nou, dat stond wel naast die magnetron, breedbeeld TV en stereotoren.
En natuurlijk bij het tropisch aquarium. Zijn trots.
Hij wist dat hij niet lang meer te leven had. Toch wilde hij alles nog meepikken.
Tijdens de kerstdagen hadden ze samen over de wereld gesurft.
Tweede kerstdag naar het strand.
Tijdens het lopen had hij zijn GSM gepakt en belde hij zijn zus.
“Luister eens, de zee!” had hij gezegd.
Tranen stonden in zijn ogen.

Stille nacht.
‘s Avonds ging de stereo aan. Bach. Jesu Joy of Man,s Desiring.
Het lievelingslied van Moeder.
Het werd gedraaid tijdens haar begrafenisplechtigheid.
Pa pakte de dirigeerstok en deinde mee. Mooi vond hij dat.
Opeens vroeg hij; “Patrick, zet de koelkast eens uit!”
Patrick fronste zijn voorhoofd maar deed wat hem gevraagd werd.
“En nu de computer.” Patrick gehoorzaamde.
Bij elk verzoek ging de baton recht omhoog en eenmaal boven liet hij hem met een snelle draaiende beweging zakken.
Even later was alle apparatuur uitgezet. Het was stil, vreemd stil.
Zelfs de pomp van het aquarium had Patrick uit moeten zetten.
Een wereld zonder geluiden.
Pa pakte de kaarsen, ontstak deze en deed dan op het laatst ook het aquariumlicht uit.
Stille nacht.
“Kijk Patrick, deze omgeving is een beetje te vergelijken met Indië.
Het was daar stil, doodstil.
Pa ging terug in de tijd en vertelde honderduit over zijn ervaringen.
De angst. En de fijne momenten.

Buiten kennis.
De volgende dag werd zijn vader met spoed opgenomen in het ziekenhuis.
Het was een aflopende zaak.
Hij lag aan de monitor en aan de beademing. Buiten kennis.
Patrick bleef bij hem. Zijn vriend.
Het werd nacht. Patrick week niet van zijn zijde.
Plotseling deed Pa zijn ogen open. Verbaasd keek hij in het rond.
Dan ontdekte hij Patrick. Hij knikte naar hem en wees naar alle apparatuur.
Zijn ogen waren groot. Af en toe wees hij naar iets wat zijn aandacht trok.
Praten kon hij niet meer.
Zijn hand hield die van Patrick stevig vast.
Na een poosje zakte hij weer weg. Het was stil.
Op de achtergrond slechts het monotone geluid van de beademing.
Patrick keek naar zijn vader. Bewoog zijn gezicht?
Het was alsof hij heen en weer deinde.
Dan ineens ging de hand van Pa recht omhoog en eenmaal boven liet hij hem met een snelle draaiende beweging zakken.

Dan werd het stil.
Patrick barstte in tranen uit.
“Nee Papa, nog niet!”
Hij pakte voorzichtig zijn hoofd vast en huilde.
Na een poosje voelde Patrick een hand op zijn schouder.
Door zijn tranen heen zag hij de verpleegkundige staan.
Hij keek hoopvol naar de man in het wit. Deze knikte.
Patrick kuste het gezicht van zijn vader.
Dan werd het stil.
Vierde kerstdag.

Stille nacht.