16 October 2014

@Rembrandt #Nachtw8.

Het overkwam mij weer.

Gisteren.
Ik begon te trillen en mij overviel een
ongekend gevoel van spanning.
Ik snoof, keek, voelde en ik rook
in een poging om te achterhalen
welk gevoel zich bezit nam van mij.

Het leek of ik bomvol energie zat.
Ik rook klei, verf en hout.
Mijn ogen trokken naar de ezels en kwasten,
de scharen, de kleuren en het papier.


Overdosis.
Ik voelde me blij in de hobbywinkel.
Maar waarom?
Moet ik gaan punniken? Of kleien?
Misschien toch schilderen?
Vanwaar die plotselinge overdosis aan creativiteit!?

Als de deur van de hobbyzaak achter mij sluit
laat ik het voor wat het is.
‘Back to business’.
Terug tot de orde van de dag.

@Rembrandt v. R.
Het laat mij echter niet los.
Stel dat meneer van Rijn, in de zeventiende eeuw,
ook de hobbywinkel had verlaten...
...en had geroepen ‘Back to business’?
Of dat zijn mobieltje het begaf terwijl
hij via whatsapp de nachtwacht aan
het mobiliseren was?
Stel je voor dat Rembrandt vervolgens
achter zijn peeceetje was gedoken?

Dat zou toch zonde geweest zijn?

Ik ga terug!

03 October 2014

Tafelbelletje

Ken jij die belletjes op de balie in een hotel?
Zo'n chroomkleurig belletje met een dopje er op.
Als je een hand er op legt dan hoor je "PING!".
Ze zijn er voor gemaakt om een gastgever te attenderen op jouw aanwezigheid.
Erg handig in een tijd dat iedere niet gewerkte minuut geld kost.

Bij ons op het werk staat zo'n belletje bij de balie van het restaurant.
Enkele uren per week is dit restaurant mijn werkplek.
Ik merk dat de gastvrouw op de stille momenten druk 'achter' bezig is.
Het belletje doet altijd keurig zijn werk. "PING!" 

Aandacht...

Ik maak eigenlijk nooit gebruik van zo'n belletje. Kortom omdat ik het 
te onvriendelijk vind. Ik heb een stem. Ik kan zachte geluiden maken of even kuchen om
mijn aanwezigheid te melden. 
Ken jij de belletjes op een balie? Ken je mensen die gelijk als ze 
gearriveerd zijn al binnen een minuut drie keer hard op de bel slaan?
Of ben jij zelf zo iemand?
"Ja, ze staan er toch voor?" Zul je zeggen.
Klopt.
Maar in het zeldzame geval dat ik er gebruik van maak, zal ik na 
de eerste zachte druk minstens een minuut wachten op een tweede poging.
Nee, laat mij maar op een menselijke manier de aandacht vragen.

Die ene aardige juffrouw.

Zo ook die vroege ochtend.
Op weg naar het kantoor en ik geef mijn zoon even een slinger naar zijn werk.
Onderweg stop ik om te tanken bij mijn vaste station.

Via de shop loop ik naar de kassa. Er is niemand en ik zie de deur 'naar achter'
open staan.
Kennelijk is de medewerker 'achter' bezig.
Er staat een belletje op de toonbank, naast de aanbieding van de week.
Ik hoor mijn zoon plotseling een vrolijk wijsje fluiten en ik roep heel 
zachtjes "Goedemorgen..."

Een vrouwenstem roept: "Ja ja, ik kom er aan!".
In de vrouw herken ik die ene die altijd zo vriendelijk is.
Zo menselijk.
Ik antwoord zachtjes maar hoorbaar: "Rustig aan!"

Ferme taal!

Als de vrouw even later verschijnt lacht ze vriendelijk maar wijst mij 
op de aanwezigheid van de bel.
"Er staat een bel hoor! Speciaal voor dit soort momenten. Sommige mensen 
gaan namelijk roepen...
Daar heb ik zo'n hekel aan!"
Ik lach vriendelijk en overweeg even om mijn zienswijze te prediken maar besluit om
het er bij te laten.
Als ik buiten sta kijk ik mijn zoon aan.
"Zie je. Zo ontstaan nu oorlogen. Mensen bedoelen vaak hetzelfde maar soms
synchroniseren de meningen niet.
Hij voelt het aan en zegt: "Ja, daarom ging ik fluiten..."

10 August 2014

Spanje, professionele liefdesrelatie en afzuigen.

2 weken geleden, enkele dagen voor mijn vertrek naar Benidorm begon het plotseling.
Een zeurende pijn in mijn kies.
Paracetamolletjes hielpen niet en ter voorkoming van ellende in Spanje en de hoogstwaarschijnlijk slecht georganiseerde zorg aldaar, besloot ik in contact te treden met mijn tandartsenpraktijk.
Mijn tandarts was met vakantie maar er was een goede waarnemer.
Met mijn eigen tandarts heb ik in de afgelopen jaren een vertrouwensband opgebouwd, de overblijfselen van mijn gebit als monumentaal bestempeld en zo ook te behandelen.
Met enige onrust besloot ik mij over te geven aan de vervanger. Een paar foto's en een wortelkanaalbehandeling later verliet ik de praktijk.
Mét een recept voor antibiotica.

Tijdens de vakantie begon de kies weer te laten merken dat hij het niet naar de zin had.
Ondanks de paracetamol én de ibuprofen zijn sommige dagen toch anders verlopen dan ik mij had voorgesteld.
Eenmaal weer in Nederland toch maar naar de spoedpost gebeld.
Na een flinke ondervraging spraken wij af dat ik door de dienstdoende spoedtandarts zou worden teruggebeld.
"Oh ja, u wordt verzocht om contant geld mee te nemen. Max 200 euro...".
Ik vervoegde mij kort daarna bij van Puffelen. Hij nam een foto en bood zijn excuses aan dat het een beetje onrustig was.
Hij was die dag de vervanger van de vervanger en er was geen assistente zodat zijn vrouw die zaken waarnam.
"En de kinderen lopen hier ook rond. De jongste is een beetje uit haar doen. Heeft ze anders nooit...".

Goed, de foto werd bekeken en aan de plotselinge bolling van het mondkapje was te zien dat hij een diepe zucht slaakte.
De bacterie was hardnekkiger dan normaal. Zijn blauwe ogen keken mij aan en boven het geluid van de krijsende baby hoorde ik hem twee opties voorleggen.
De kies elimineren of de noodvulling verwijderen en het kanaal nogmaals goed reinigen.
Hij keek daarbij alsof dit sowieso weinig kans had.
De eerste optie had niet mijn voorkeur. Integendeel! Niét zonder overleg met mijn eigen tandarts.
Met de nodige onrust koos ik dus voor de reiniging.
Onaangekondigd zette hij de spuit in mijn kaak en in de wachtkamer voelde ik de omgeving van mijn mond opzwellen.
Na een minuut of tien kwam de moeder... euh, de echtgenote... euh, de assistente naar de balie.
Haar truitje zag er wat vlekkerig uit alsof de baby iets had teruggegeven.
De oudste kroop bij haar op schoot en speelde met het adresstempel van de praktijk.
Hij stempelde in zijn hals en even snel boven het decolleté van zijn moeder.
Zou spannend kunnen zijn, zo'n tattoo boven de boezem.
Het kind werd tot rust gemaand en dan kwam ze naar mij toe.

"Meneer, de behandeling zal niet duurder worden dan 300 euro. Dat is bekend?"
Ik antwoordde zo beroerd mogelijk dat ik mij had laten vertellen door de spoedpost dat het maximumbedrag €200,00 zou zijn.
"Oh, hier verderop is een geldautomaat..."
Ik schudde mijn hoofd. "Mevrouw, ik heb een maximumbedrag meegenomen van huis en ik heb geen pas bij me!"
Ik begon mij vreselijk vervelend te voelen.
Krijsende kinderen en een assistente die tussen de bedrijven door probeerde om haar kinderen te slijten aan een oppas.
Ik voelde mij vervelend om mijn monumentaal bezit in handen te geven aan iemand die minder geld zou gaan ontvangen dan gewenst.
Plotseling had ik er genoeg van.
"Mevrouw, ik wil de behandeling tot dusverre betalen en verdere acties staken. Ik heb hier geen goed gevoel over!"
De ogen van de assistente rolden even en ze liep naar haar man.
"Henk? Meneer wil de behandeling staken!"
Blauwoogje kwam naar mij toe en vroeg mij wat de reden was.
Ik herhaalde mijn woorden en voegde daar aan toe dat het mij onduidelijk was waar het verschil van €100,00 nu precies zat.
Hij legde het uit en wist mij te overtuigen.

Hetzelfde moment dat ik in de stoel kroop, waren de kinderen tijdelijk uit huis geplaatst. Rust!
De tandarts begon de behandeling en ik prentte alle belangrijke zaken in mijn hoofd.
2,1 mm. Nog een foto. Wit 45. Bacteriedodend papje.
De assistente deed haar best en gaf zelfs enkele keren tijdig de gereedschappen aan de tandarts.
Voor de patiënt voelde het dubbel.
Boven zijn hoofd zaten twee mensen professioneel te doen maar dat de relatie tussen hen niet puur zakelijk was voelde vervelend.
"De kies moet nu nog een keer gereinigd worden."; zei de vrouw met de nog steeds aanwezige sluikreclame ergens onder haar kin.
De tandarts snauwde klaarblijkelijk onhoorbaar.
"Oh, maar ik bedoelde het niet als aanmerking hoor!"; zei ze tegen de dominante echtgenoot.
Ik zag het allemaal aan en slikte zo nu en dan het speeksel achter de flap in mijn mond weg.
"Meneer. Zal ik u even afzuigen?"
De korte bolling van mijn flapje verraadde waarschijnlijk dat ik een diepe zucht slaakte.

Ik schudde voorzichtig mijn hoofd en dacht aan Spanje.
Aan de veronderstelde slechte tandartsorganisatie aldaar.
Had ik toch niet beter...?
Enfin, achteraf was ik blij dat de tandarts én zijn assistente klaar stonden om mij te helpen.
Petje af eigenlijk.
Dank zij deze tortelduifjes ben ik inmiddels 24 uur pijnvrij en 'slechts' €200,00 armer.

14 May 2014

Zij...



Lage zon.
Auto.
Polder
Plotseling voor mij
Zij.
Naakt.
Haar voeten in een regenpoel.
Zij wast.
Ik zweet.
Naderbij.
Hart jaagt.
Onbeweeglijk.
Zij en ik.
Ik nader.
Claxon.
Confrontatie.
Zij slaat
haar vleugels uit en
gaat.

Ik spring een gat in de lucht.

Ik spring een gat in de lucht,
om zo de wolken te verjagen
opdat jij een kort moment
dat lievelingsjurkje kunt dragen.

Ik spring een gat in de lucht,
om je te beschermen tegen de zon
opdat jij je niet zult branden
ik wou dat ik dat kon.

Ik spring een gat in de lucht,
om de zilveren randen weg te plukken
van die dappere wolk die het waagt
je de schaduw in te drukken.

Ik maak je het mooiste weer,
ik pluk je de fijnste vrucht
als jij je zo voor mij vertoont
dan spring ik een gat in de lucht.

De vlieger



Een antwoord op de brief aan de vlieger van André Hazes.

“Lieve André,

Wat een fijne brief was dat zeg.
En aan zo’n mooie vlieger!
Heb je die zelf gemaakt?
Vroeger toen jij nog zo een klein kereltje was kon je al zo lekker knutselen.
Totdat je begon te zingen.

Wolkje.
Het heeft zeker wel lang geduurd hè, voordat de vlieger mij bereikte.
Ja, het is ook erg ver naar de hemel.
Je vraagt hoe het met mij gaat?
Nu, wel aardig. Er is weinig te doen.
Slechts zitten op mijn, wat jullie noemen; "wolkje".
Nou, een wolkje is anders hoor!
Het is hier zo overbegeest dat de wolkjes al eeuwen geleden zijn uitverkocht.
Het is dus alleen een beetje rondzwerven en denken.
Ja, slechts met denken kun je de tijd verdrijven.
En natuurlijk met het terugkijken op aarde.
Maar ja, wat wil je als geest hè.

Rijk van geest.
Ik kan niet eten, niet lopen, eigenlijk kan ik niets.
Mijn mond, armen en benen hebben jullie beneden met de rest van mijn lichaam begraven.
Ik heb niets mee kunnen nemen, behalve mijn geest.
Ik kan je zeggen dat ik sinds ik dood ben wel een stuk intelligenter geworden ben hoor.
Mijn geest is een stuk rijker geworden.
Jammer dat dat niet eerder gebeurd is, ik had je zoveel extra's mee kunnen geven.
Wellicht waren je liedjes dan ook wat beter geweest.
Trouwens, drink je nog zoveel als toen?
En eet je al wat minder?
Weet je waar wij ons hier vooral mee bezig houden?
Met praten en denken.
Praten over de wereld beneden.

Beschermengel.
Alle belangrijke datums gedenken wij in stilte.
Niets kunnen wij meer meemaken.
Neem bijvoorbeeld voetbalkampioenschappen, verkiezingen of Maxima.
Triest hè?
Verder houden wij ons bezig met het spelen van beschermengel.
Alle geesten willen hun familieleden beschermen.
Als het onverhoopt mis gaat beneden dan zorgen wij er voor dat de familieleden bij ons in de buurt komen. Ik heb dus een probleem.
Niemand wil André Hazes hier hebben.”

Veel liefs van je moeder.

Stille Nacht

Zomer.
Het was juli. Een warme nacht.
Patrick lag in bed.
Hij lag wakker en zijn gedachten stonden niet stil.
Hij dacht aan Kerst, aan zijn vader.
Het was nu alweer 7 maanden geleden dat hij overleed.
Op vierde kerstdag. Wat een afschuwelijke tijd was dat.
Het was weliswaar mooi dat hij die Kerst nog had mogen meemaken.
De Kerst van de techniek.
Ja, daar hield die ouwe van.
Wekelijks was hij wel te vinden in de elektronica speciaalzaak.
Hij genoot van alles wat maar met communicatietechniek te maken had.
Wat hadden ze die laatste weken veel gekocht.
Een GSM, een PC met uiteraard Internet en een CD-writer.
Nou, dat stond wel naast die magnetron, breedbeeld TV en stereotoren.
En natuurlijk bij het tropisch aquarium. Zijn trots.
Hij wist dat hij niet lang meer te leven had. Toch wilde hij alles nog meepikken.
Tijdens de kerstdagen hadden ze samen over de wereld gesurft.
Tweede kerstdag naar het strand.
Tijdens het lopen had hij zijn GSM gepakt en belde hij zijn zus.
“Luister eens, de zee!” had hij gezegd.
Tranen stonden in zijn ogen.

Stille nacht.
‘s Avonds ging de stereo aan. Bach. Jesu Joy of Man,s Desiring.
Het lievelingslied van Moeder.
Het werd gedraaid tijdens haar begrafenisplechtigheid.
Pa pakte de dirigeerstok en deinde mee. Mooi vond hij dat.
Opeens vroeg hij; “Patrick, zet de koelkast eens uit!”
Patrick fronste zijn voorhoofd maar deed wat hem gevraagd werd.
“En nu de computer.” Patrick gehoorzaamde.
Bij elk verzoek ging de baton recht omhoog en eenmaal boven liet hij hem met een snelle draaiende beweging zakken.
Even later was alle apparatuur uitgezet. Het was stil, vreemd stil.
Zelfs de pomp van het aquarium had Patrick uit moeten zetten.
Een wereld zonder geluiden.
Pa pakte de kaarsen, ontstak deze en deed dan op het laatst ook het aquariumlicht uit.
Stille nacht.
“Kijk Patrick, deze omgeving is een beetje te vergelijken met Indië.
Het was daar stil, doodstil.
Pa ging terug in de tijd en vertelde honderduit over zijn ervaringen.
De angst. En de fijne momenten.

Buiten kennis.
De volgende dag werd zijn vader met spoed opgenomen in het ziekenhuis.
Het was een aflopende zaak.
Hij lag aan de monitor en aan de beademing. Buiten kennis.
Patrick bleef bij hem. Zijn vriend.
Het werd nacht. Patrick week niet van zijn zijde.
Plotseling deed Pa zijn ogen open. Verbaasd keek hij in het rond.
Dan ontdekte hij Patrick. Hij knikte naar hem en wees naar alle apparatuur.
Zijn ogen waren groot. Af en toe wees hij naar iets wat zijn aandacht trok.
Praten kon hij niet meer.
Zijn hand hield die van Patrick stevig vast.
Na een poosje zakte hij weer weg. Het was stil.
Op de achtergrond slechts het monotone geluid van de beademing.
Patrick keek naar zijn vader. Bewoog zijn gezicht?
Het was alsof hij heen en weer deinde.
Dan ineens ging de hand van Pa recht omhoog en eenmaal boven liet hij hem met een snelle draaiende beweging zakken.

Dan werd het stil.
Patrick barstte in tranen uit.
“Nee Papa, nog niet!”
Hij pakte voorzichtig zijn hoofd vast en huilde.
Na een poosje voelde Patrick een hand op zijn schouder.
Door zijn tranen heen zag hij de verpleegkundige staan.
Hij keek hoopvol naar de man in het wit. Deze knikte.
Patrick kuste het gezicht van zijn vader.
Dan werd het stil.
Vierde kerstdag.

Stille nacht.

30 April 2014

Une journée ensoleillée en mars au « Amsterdamse Poort »



Bijlmerplein.
Le soleil brille comme prévu. Une vingtaine de degrés, ce n'est pas si mal pour le 20 mars.
Je ferme mon laptop et me dirige vers la sortie.
Devant moi marchent des collègues dont une personne singulière.

M. ING.
Vêtu d'un costume, il respire la confiance.
« M. ING », c'est le nom que je donne à ce type de personnages.
Sans eux, la banque cesserait d'exister.
Imaginez que tous les employés soient comme ce M. ING. Quelle serait l'ambiance ?
En effet, nous ne pouvons pas tous être des dirigeants. Il faut qu'il ait des exécutants,
motivés, bien entendu.
Enfin, je quitte le bâtiment et j'erre un peu sans but.

Je constate donc j'existe.
Je trouve alors ma place. J'embrasse la foule du regard, mangeant des sandwichs, ayant emporté leur casse-croûte ou prenant un repas chaud,
rechargeant leurs batteries, chacun à sa façon.
Observer les gens est un jeu amusant. Tout à coup, mon oeil tombe sur un rideau fluorescent.
Il bouge et a la forme d'un être humain, d'un vieil homme. Impossible de ne pas le remarquer mais tout le monde semble l'ignorer.
Tout à coup, il y a un scooter électrique à côté de lui avec une personne de couleur en selle.
Ils se parlent s'aidant de leurs mains et de leurs pieds et je le constate.
Je me demande si ce ne seraient pas des sans-abris. Ou alors des artistes peut-être ?
Bah, je décide que ce sont des gens.

Paramaribo.
Les deux compères prennent congé l'un de l'autre et l'homme de couleur se dirige vers moi sur son scooter pour s'arrêter devant moi.
« Quel soleil, pas vrai ? », dit-il et il poursuit … « Vous ne portez pas de veste, n'est-ce pas ? Avec mes muscles, je ne pourrais pas. »
« Je suppose que vous êtes habitué à d'autres températures ? »
L'homme me tend résolument la main et pendant que je la serre entre les miennes, je comprends qu'il est heureux que je le comprenne.
« Il y a quelque temps, mon fils m'a offert un billet pour Paramaribo.
Et vous savez quoi, mes douleurs aux muscles ont disparu... »

Kentucky Fried Chicken.
Nous échangeons quelques mots lorsque soudain, son regard se fixe par dessus mon épaule sur le Kentucky.
« Hé si vous me donnez quelque chose à manger, je serai totalement satisfait… »
Je laisse sa remarque agir quelque peu sur moi…
« Je n'ai pas de sous ! » lui dis-je, ce qui est tout à fait vrai, « mais notre contact spirituel était également très nourrissant, vous ne pensez pas ? »
L'homme m'offre un large sourire et je dis au revoir à une belle âme. Quelques secondes plus tard, je passe la porte du bureau.
Devant moi, je distingue les traits d'une personne, de M. ING.
Il est de retour de sa pause.
Je n'ai jamais rencontré cet homme auparavant et là je le croise deux fois !
Et entretemps, j'ai pu rencontrer d'autres personnes.

C'est beau, n'est-ce pas ?

A sunny day in March at “Amsterdamse Poort”



Bijlmerplein.
The weather forecast was right - the sun is shining. Around 20 degrees isn't bad for 20 March, is it?
I lock my laptop and a bit later, walk towards the exit.
Some colleagues are walking in front of me and one of them rather stands out.

Mr ING.
He is wearing a suit and exudes self-confidence.
I like to call his sort “Mr ING”.
Without men like him, the bank would cease to exist.
Just imagine what it would be like if all staff were the same as our Mr ING.
After all, we can't all be leaders. Someone's got to do the everyday jobs.
Of course, they do need to be motivated.
Anyway, I walk outside and wander around aimlessly.

I observe, therefore I am.
Then I find my place. I watch the crowds. Eating sandwiches, a packed lunch or a hot snack.
Gathering energy, everyone in their own way.
People-watching is fun. Suddenly, a fluorescent curtain catches my eye.
It's moving and is shaped like a person. An elderly man. He stands out, but everyone seems to be ignoring him.
Suddenly, a dark-skinned man on a mobility scooter appears before him.
They are gesturing towards each other and I observe.
I wonder if they are homeless? Or something else? Artists maybe?
Oh, they're just people, I decide.

Paramaribo.
The two say goodbye and the dark-skinned man rides up to me.
“Lovely sun, eh?”, he says and then continues “You're not wearing a coat, are you? I couldn't do that with my muscles.”
“I suppose you're not used to these temperatures?”
The man resolutely offers me his hand and while I shake it, I realise that he is pleased that I understand him.
“My son bought me a ticket to Paramaribo a while ago.
And you know what? My muscles felt a whole lot better...”

Kentucky Fried Chicken.
We chat away and suddenly he looks past me at KFC.
“Hey man, if you get me something to eat now, I'll be really happy…”
I let his remark sink in...
“I haven't got any dough man!”, I answer entirely truthfully, “But our mental contact was really nourishing, wasn't it?”
The man grins from ear to ear and I say goodbye to a fine person. A couple of minutes later, I walk into the office.
I suddenly notice a person in front of me. It's Mr. ING.
Back from his lunch break.
I'd never seen this man before today, and now I've seen him twice!
And I was lucky enough to meet some other people in between.
Isn't that nice?

The New Way of Working



Do you ever get that feeling of irritation on the train or at work?
Because someone is sitting eating an apple opposite you?
Or making annoying noises?
I sometimes get that feeling at work.
When a colleague bashes away at his keyboard as if he were trying to make holes in it, for instance.
That drives me mad and I'm not quite sure why.
Am I so on edge that my nerves are exposed?
Do I have hypersensitive dendrites?
It is what it is and I can live with that.

Working where it's quiet
Luckily, we can work from home every now and then.
I switched my laptop on at home this morning to prepare for the working day that lay ahead.
I checked my calendar and email in peace and quiet whilst eating a cracker.
All of a sudden my daughter appeared with her laptop and sat down to do her homework.
There we were enjoying time together at the breakfast table.

Rhythm
After a while, when I'd almost finished my coffee, my daughter had warmed up.
She really got going. She typed and typed. Paragraph after paragraph.
As she was typing, it seemed as if she were trying to make holes in the keyboard.
And what about me?
My rhythm was completely disrupted.
I started to feel hot. My coffee cup seemed like it was moving and my calendar started to make appointments of its own accord.
Completely put off, I gathered my things, said goodbye and left my peaceful workplace.
I went in the car rather than on the train. No unexpected sounds.
Simply going to work, to that familiar environment.
Luckily, we can work in the office every now and then.