13 August 2017

Onvergetelijk Leven: Mijn kennismaking met boomaarde.

Het is de dag dat ik inval op een andere locatie van de dagbesteding van ‘Onvergetelijk Leven’. Een zorgboerderij in Kamerik.
Ik maak kennis met nieuwe mensen met ieder zijn of haar eigen soort geheugen problemen.
Het is ook de dag dat ik kennis maak met meneer J.
Als invaller houd ik als gewoonte om cliënten aan te spreken met meneer of mevrouw gevolgd door de voor- dan wel achternaam.
Zo ook meneer J.
Meneer J is een behoorlijk zelfstandig persoon maar aan zijn pretoogjes te zien voelde ik dat ik op mijn hoede moest zijn voor deze man.
Al gauw werd mijn vermoeden bevestigd. Meneer J was tijdens zijn werkzame leven docent geweest. Docent in o.a. Biologie.
Meneer werd niet gehinderd door enige vergeetachtigheid in zijn rol als docent.
Om de aandacht te vragen verhief hij enigszins zijn stem en hij legde de klemtoon op iedere lettergreep.
“HIL BERT... Toch?”, antwoordde hij nadat ik mij had voorgesteld. Hij keek rond in de groep. “Oh God! Hoe gaan we dit nu weer ONT HOU DEN.”
Er sprak zelfspot uit zijn woorden.
Meneer J bleek een aardige vent. Vol humor. Later die ochtend vroeg hij op zijn inmiddels bekende manier, “HIL BERT, hoe vaak heb jij jouw SPIJ KER BROEK gewassen?“.
Hij liet de vraag landen bij mij en de andere aanwezigen. Meerdere ogen richten zich op mijn verschrikkelijk gave moderne spijkerbroek met bijbehorende rafels…
Ik zag zijn pretoogjes en kon alleen maar lachen.
BOOM AARDE!
Zoals eerder geschreven was meneer J zelfstandig. Hij liep rond over het erf, voerde de kippen, reinigde de ‘POEP PLANK JES!’ en voerde diverse werkzaamheden uit.
Voornamelijk hield hij zich bezig met zijn oude vakgebied. Flora. Zo oreerde hij al een paar keer over zijn favoriete onderwerp: de BOOM AAR DE.
Ik pakte dit onderwerp aan om hem en zijn BOOM AAR DE beter te leren kennen.
“BOOM AAR DE is de aarde die ontstaat in een holle boom. Bijvoorbeeld een KNOT WILG!”
En hij vervolgde hoe mooi het was als je de aarde verzamelde en dan later tijdens nader onderzoek de beestjes en plantjes vond.
“Als je je VOOR STELT hoe deze aarde ontstaan is, van bladeren, diertjes, UIT WERP SEL EN en de boom zelf…”.
Tot slot vertelde hij hoe humusrijk en gezond deze aarde is.
Hij leek er veel over te weten maar ik durfde toch niet zonder meer op zijn kennis en geheugen af te gaan.
Hij kwam toch niet voor niets bij de dagbesteding?
Als hij echter aan het eind van de dag op zijn fiets stapt en geheel zelfstandig huiswaarts keert is mijn nieuwsgierigheid gewekt. BOOM AAR DE!
BEWIJS!
Nu, 2 weken later, geniet ik van een fietstocht op de Veluwe. Plotsklaps kom ik enkele oude knotwilgen tegen. Ik waarschuw mijn vrouw. “STOP! KNOT WIL GEN…”
Mijn vrouw stopt gelijk, kijkt en antwoord, “BOOM AAR DE?”. We lachen en even later fietsen we verder. Het tasje van mijn vrouw gevuld heuse boomaarde.
Naar een idee van meneer J!

19 March 2017

Onvergetelijk Leven: Vast op het toilet!


Het is middag. Een aantal cliënten is in ruste. De overige aanwezigen vermaken zich of worden vermaakt.
Ik ben bezig met het invullen van de persoonlijke schriftjes. Ik schrijf:
‘Wat hebben we vanochtend ondernomen? Wat stond er op het menu? En welke activiteit heeft de cliënt vandaag ondernomen?’.
Plotseling hoor ik bonzen en een zacht hulpgeroep. Ik zet mijn oren op scherp en luister.
Nogmaals het geluid. Mijn collega met een scherper gehoor loopt mijn kant op en zegt; “Er zit volgens mij iemand op het toilet!”
Ik volg haar en inderdaad is het toilet bezet en klinkt er een benauwde stem van een meneer F.
Door de deur probeert mijn collega hem rust te geven. Ik vraag de man om de deur van het slot te halen.
Het antwoord achter de deur klinkt als ‘donker’.
Door zijn antwoord is mijn druk verhoogd en gehaast ik loop weg om een schroevendraaier te halen.
Een minuut later open ik de deur en zie ik het witte geschrokken doch opgeluchte gezicht van meneer F.
Terwijl hij zijn verhaal probeert te vertellen dringt een overweldigende lucht mijn reukorgaan binnen.
Zo te ruiken heeft meneer F. het echt benauwd gehad.
Ik hoop in alle eerlijkheid dat het een angstwindje is geweest maar ik vermoed dat het echt bingo is.
Nu snap ik zijn opgeluchte gezicht.
Meneer F., nog steeds geschrokken, staat er onbeholpen bij.
Nadat ik hem heb geholpen zijn broek uit te trekken neemt hij plaats op het toilet komt mijn ervaren collega een kijkje nemen.
“Lukt het? Of heb je hulp nodig?”
Ik antwoord dat het wel lukt en even later is het leed weer geleden en zit meneer F. tussen de cliënten een activiteitje te doen.
In zijn schriftje beschrijf ik zijn activiteiten en het menu maar sla deze ongeplande activiteit over.

05 March 2017

Onvergetelijk Leven: De balans tussen duidelijkheid en respect.

Afgelopen vrijdag heb ik een dagje extra meegedraaid op mijn stageplek.
Ze zaten te krap in het personeel en ik had schoolvakantie.
Het was een rommelige dag. Een nieuwe dag dus veel nieuwe gezichten.
Ieder met zijn of haar eigen verhaal, achtergrond en aanpak.
Ik maakte kennis met mevrouw R.
Vanaf het eerste ogenblik zette zij mij aan het denken.
Zij werd gebracht door haar man.
Bij het verlaten van de auto maakte ze geluidjes waaruit ik niet kon opmaken of ze huilde of dat ze lachte.
Aangezien er geen grappen werden gemaakt bleef de andere optie over. Ze huilde…
Maar een korte analyse vertelde mij dat ook dit niet het geval was.
Ik verwerkte mijn waarneming en liet het voor wat het was.
Koffie met een koekje.
Als ik later een rondje koffie doe kom ik mevrouw R. weer tegen.
“Wilt u koffie of thee?”; vraag ik zachtjes aan haar.
Ze antwoordt met; “Nee.” Ook op mijn tweede, ietwat luidere, vraag antwoordt zij resoluut.
Ik schenk koffie in en plaats het op gepaste afstand voor haar.
Wederom klinkt er een protest.
Vanzelfsprekend.
Nog voordat ik met mijn rondje klaar ben zie ik haar genoeglijk een slokje uit haar kopje nemen.
Bij het tweede rondje schonk ik haar kopje zonder te vragen in.
Op mijn vraag of ze een koekje wilde begon het opnieuw. Mijn ervaren collega knikte. ‘Leg maar gewoon neer’.
Hiermee ging ik voor mijn gevoel een grens van respect voorbij.
Maar ik leerde om duidelijkheid te geven aan een persoon bij wie het maken van keuzes niet meer vanzelfsprekend is.
Ervaren stagiair.
En inderdaad. Al kruimelend werkt zij al snel de lekkernij naar binnen. Ondertussen zachte geluidjes makend. Ik negeer het nu.
Dit hoort tenslotte bij haar.

En ondertussen op school...


Zo, het eerste kwartaal van mijn opleiding zit er op.
Naast de onderwerpen op vakgebied heb ik ook veel over mijzelf geleerd.
Door de rollenspelen, oefenen met intervisie en de broodnodige feedback ben ik gegroeid.
Ik zit in een klas met voornamelijk jong volwassenen. Waarvan een behoorlijk aantal een migratieachtergrond heeft.
Ook meiden met een hoofddoekje.
Ik ben de oudste oudere jongere.
Bij veel jongeren vraag ik mij soms af waarom ze de opleiding in de maatschappelijke zorg volgen.
Ze zijn eigenwijs, soms erg brutaal en ze lijken ongeïnteresseerd. Is dit de beroepshouding?
Ik leerde om dit verder los te laten.

Nerd!
Een paar weken geleden had ik thuis mijn opdrachten gemaakt en ik legde mijn opdrachten als eerste op de tafel van de juf…
Tegelijkertijd schaamde ik mij dood! Het puberale MAVO jongetje in mij kwam duidelijk protesteren.
“Hé, wat doe je nou! Dit hoort niet man! Opdrachten inleveren is sociaal wenselijk gedrag!”
Het was voor mij een eyeopener. Inderdaad. Dit was vroeger wel een dingetje. Met alle gevolgen van dien.
Nee, ditmaal was ik trots en ik zag enkele blikken met afgunst naar mijn opdrachten kijken.

Gezegend.
Het eerste kwartaal is nu afgerond met een tussentijds toets. Voor deze toets haalde ik een 8.6.
Ik realiseer mij dat ik een bevoorrecht mens ben.
De meiden in de klas met hoofddoekjes zijn vaak gewone leuke mensen en dankzij dit schooljaar krijg ik de kans om een kijkje te nemen in het leven van hen die door menig Nederlander niet altijd
worden begrepen.

Ik groei...

17 February 2017

Onvergetelijk Leven: Een cliënt aan de lijn.

Leerzaam
Mijn stageavontuur is leerzaam. Erg leerzaam.
In mijn vorige werk liep ik veelvuldig stand-by. Oftewel on-call of consignatiediensten.
Dit houdt in dat je ongeveer één keer in de 6 weken een week telefonisch bereikbaar bent voor incidenten met hoge prioriteit.
Telefonisch bereikbaar buiten kantoortijden.
Uiteraard doe je dit niet voor niets. Nee, je doet dit voor je werkgever...
Én, voor de portemonnee.
Naast een vaste vergoeding kreeg kon je de uren dat je bezig was voor het werk declareren.
De laatste jaren maakte ik gebruik van een telefoonnummer van de baas en
kon ik hierop bereikt worden.
Fijn om mijn privénummer privé te houden.
Hulpvraag.
Er zijn andere tijden aangebroken.
Werkzaam zijnde in een niet zakelijke omgeving vind ik het niet nodig om
moeilijk te doen over mijn privé mobieltje.
Als er echt iets aan de hand is, dan mogen ze me bellen. Dag en nacht.
Gekke uitspraak hè? Klopt. Maar het voelt toch echt zo.
Collega of de instelling mogen bellen zodra ze een hulpvraag hebben. Ik mag immers nee zeggen?
En als er hulp nodig is dan is er vaak echt iets aan de hand!
Privégesprek.
Sinds ik hier stage loop gebruik ik mijn mobieltje.
Ook om meneer B te bellen met de mededeling dat ik onderweg ben om hem te halen voor de dagopvang en hem verzoek om klaar te staan.
Geen probleem!
Mobiele problemen.
Tot vandaag. Ik ben vandaag vrij en dool rond in Amsterdam. Een belangrijk bezoek aan mijn eerdaags latende werkgever tussen mijn digitale lessen door.
Ik ben vrij van stage. Meneer B schijnt ook vrij te zijn.
Hij lijkt problemen te hebben met zijn mobiel.
In de auto word ik gebeld door een onbekend 06 nummer.
Ik klik op de hands-free button teneinde verbinding te maken.
Onduidelijk gebrabbel aan de andere kant. Een beetje warrige maar herkenbare stem.
Meneer B!
Connectie.
Hij probeert aan de in de telefoon iets kenbaar te maken op de bekende
manier van hem. Zoekend naar woorden!
Ik onderbreek hem en zeg zijn naam.
Hij klinkt verrast. Hij lijkt te denken "Hoe weet hij dat?"
Een zacht 'ja' bevestigt zijn naam en ik vraag of er een probleem is. Of het goed met hem gaat.
Andermaal een bevestiging.
"Maar die telefoon die euh... Die nummer en zo... Gaat niet goed!"
Ik begrijp hem en probeer snel iets te bedenken. Hij is in orde. Geen acute bedreiging.
"Meneer B? Bel anders je zoon. Die weet hoe de telefoon werkt. Is dit een goed idee?"
Ik stuur langzaam naar een goed einde van dit gesprek en kan even later de verbinding verbreken.
Hm... In de sociale sector kom je dus ook voor verrassingen te staan en is opletten op je privacy van groot belang!
Ik ben ondertussen zo'n twintig keer gebeld door meneer B.
De arme man weet het blijkbaar zelf niet want ik nam de laatste 18 keer niet meer op.
Ik nam wel de vrijheid om mijn werkgever even in te lichten.
Misschien moeten we hier volgende week tijdens zijn aanwezigheid iets mee.
Zijn zoon inlichten?
Een andere oplossing is natuurlijk een mobiele telefoon van de zaak.
Met stand-by diensten en zo!

14 February 2017

Onvergetelijk Leven: EEN WONDER OP DE LINDELAAN...

Het is 15 december 2016 als ik mijn vijfde stagedag bij “ONVERGETELIJK
LEVEN” mee mag lopen.
Veel namen.
Na zoveel dagen begin ik eindelijk een klein beetje zicht te krijgen op de deelnemers.
Ik ga de namen onthouden en leer ook de kleine specifieke mankementjes.
Die ene mevrouw (ik noem haar mevrouw G) is door haar rustige uitstraling een opvallende verschijning.
Ze lijkt bij de tijd maar ook kwetsbaar in mijn optiek.
Echter daar ik niet gehinderd word door enige ervaring ben ik voorzichtig met mijn mening.
Nee, mijn ogen en oren open houden is het credo. Tevens goed opletten op mijn leermeesters.
SJOELEN!
Tijdens een rustig moment leg ik de sjoelbak op tafel en nodig ik deelnemers uit om mee te spelen.
Al gauw melden zich drie dames waaronder mevrouw G. Ik bewonder haar in stilte. We hebben plezier en al snel komt meneer A erbij staan.
Meneer A heeft wat minder contact met de andere deelnemers. Zijn spraakvermogen is slecht en voor mij is het best nog moeilijk om hem te bereiken.
Mevrouw G doet haar best maar maakt zachtjes kenbaar dat ze het jammer vindt dat ze zo slecht sjoelt.
Al gauw verlegt zij haar aandacht naar meneer A. “Kom maar. Doe maar zo…”; en ze maakt de bekende schuivende beweging met haar arm.
Ze is geduldig en praat heel zacht op hem in.
Gezegend…
Meneer A begrijpt het niet maar ze gaat door. Ze pakt zijn hand en ze doet lief.
Ik doe een stapje terug en sla stilletjes het tafereeltje gade. Mevrouw G kijkt schuin omhoog en praat op hem in.
Plotseling verschijnt er een brede lach op het gezicht van meneer A.
Zijn gezicht lijkt even een reis naar het verleden te maken. Zijn ogen dansen een moment.
Ik krijg kippenvel. En realiseer mij dat dit bijzondere moment onderdeel is van mijn toekomstige werk. Ik ben gezegend!

11 February 2017

Dagbesteding 'Onvergetelijk Leven'

Een dag in Loosdrecht.

Het was een drukke dag op de dagbesteding van 'Onvergetelijk Leven' waar ik mijn plek als stagiair heb gevonden.

Toiletbezoek.
De twee gangbare toiletten zijn bezet als mevr. A. mijn kant op komt.
Mevr. A. dwingt respect af. En dit niet alleen door haar respectabele leeftijd.
Zij heeft duidelijk haar sporen in het leven verdiend en ze hoeft slechts aanwezig te zijn tijdens de dagbesteding.
Aangezien zij de richting van de toiletten op loopt vraag ik de reden van deze spontane wandeling.
"Ik wil even naar het toilet..."; antwoord zij.
Haar antwoord voelt voor mij als een geheim dat je niet hoort te delen met een dame van stand.
Ik deel haar mede dat beide toiletten bezet zijn en ik stel haar voor de keuze om even te wachten of met mij mee te lopen naar de nieuwe vleugel.
Ze twijfelt en lijkt mij niet tot last te willen zijn. Haar blaas wil blijkbaar anders dan haar verstand en gezamenlijk lopen we naar de toiletgroep op 101C.
Ik zoek naar de balans in hulp en privilege en sluit na enig gedraai van de rollator de deur van het damestoilet achter haar onder de belofte dat ik voor de deur blijf wachten.

Meneer J ook!
Na enkele seconden gaat de deur van het herentoilet open en in mijn ooghoek zie ik meneer J de deur uit komen.

Ik groet kort en gun ook hem zijn privacy. Meneer J groet terug en keert terug naar het toilet om klaarblijkelijk nog enige handelingen te verrichten i.v.m. de hygiëne. Op dat moment hoor ik mevr. A. zachtjes roepen. Ze kan niet omhoog komen. Ik moet helpen maar moet daarvoor meneer J iets naar binnen duwen om de deur gesloten te krijgen en de damestoiletdeur te openen.
Ik overzie, bied haar mijn handen aan en ze trekt zich behendig omhoog. Zodra ze staat draai ik mij discreet om en probeer gelijktijdig de toiletdeur weer te openen.

Arme kerel!
Door de kier echter zie ik de spijkerbroek van meneer J nog halverwege zijn deur.
Ik wurm mij naar buiten en zie de spijkerbroek nog in dezelfde houding. Mijn blik wordt scherper en ik zie de oorzaak. Inwendig moet ik lachen. De bretels aan de achterzijde van deze meneer zaten om de deurknop. Hij leek geen kant uit te kunnen. Prachtig hoe hij deze gevangenschap tijdelijk aanvaardt. Zonder vragen. Zonder roepen om hulp! Een mooie kerel die J.

Als we even later gedrieën de terugweg aanvaarden moeten we er om lachen.
Een dag niet gelachen...

10 February 2017

De gestolen glimlach...

'Een ode aan de mantelzorger.'

Al sinds mijn eerste stagedag op "'t Scheepsruim" aan de Lindelaan te Loosdrecht wordt meneer A dagelijks door zijn vrouw naar de dagbesteding gebracht.

Deze deelnemer is een opvallend jonge maar stille verschijning. Eigenlijk te zwaar voor de groep.

Fijne gesprekken.
Tijdens korte gesprekken met zijn vrouw merk ik weer hoe moeilijk de balans tussen gevoel en verstand te vinden is.

Ze vertelt over hoe ze al jaren gelukkig zijn getrouwd maar dat het eigenlijk haar man niet meer is. Tijdens het gesprek merk ik dat ze haar woorden weegt.

Ik denk dat ik haar snap...

Een glimlach!
De zorg wordt zwaarder en de herkenning is nihil. Ze draagt de zorg in vertrouwen over aan onze mensen op de Lindelaan.

Mijn collega's zijn goed opgeleid en ik leer.

Ik merk de blije momenten van mijn collega's als A zinnen heeft gesproken. Soms steelt een collega een heuse glimlach van hem. Ook bij mij werkt dit door. Bijzonder om deze man te zien lachen.

Verstand & gevoel...
Op deze spaarzame momenten denk ik aan haar. Het gezicht van zijn echtgenote als mijn collega's enthousiast aan haar vertellen hoe lief hij die dag heeft gelachen.

Haar gezicht spreekt. "Ja, tegen mij lacht hij niet meer. Hij moet teveel van mij. Iedere dag opnieuw!". Ze verwijst duidelijk naar de zware taak die wij dagelijks kunnen verdelen onder professionals.
Zij doet dat alleen... Na kantoortijd.

Gelofte.
Het klinkt bitter maar realistisch.
"En de glimlach die voor eeuwig geparkeerd staat in onze trouwakte gaat naar jullie."

Haar gezicht straalt verstand maar weet voor mij het gevoel niet te verbergen.

03 February 2017

Een bijeenkomst op de Lindelaan te Loosdrecht.

Het is rond etenstijd als de locatie '‘t Scheepsruim' langzaamaan
volloopt.


Vertrouwen...
Van heinde en verre waren collega's van diverse locaties van 'Onvergetelijk Leven' op de presentatie
van Albert Schuurmans, Casemanager dementie, afgekomen.
Vaste medewerkers, vrijwilligers en stagiairs zaten weldra gezamenlijk
rond de tafels.
Ik was uitverkoren om voor die avond de warme maaltijd te verzorgen.
Spannend voor zo'n grote groep maar eigenlijk best makkelijk om te koken voor mensen die vertrouwen uitstralen. 

Leerzaam!
Na de maaltijd begon Albert vol verve zijn presentatie over dementie.
Opvallend vond ik het dat iedereen wel vragen had.
Zelfs de ouwe rotten in het vak bleken met vragen rond te lopen. Leerzaam!
Gedurende de voorlichting werden we verzorgd en trakteerde 'de vrouw van de baas' ons op ijs met slagroom en als klap op de vuurpijl werd de groep voorzien van 'zoutjes a la Niek'.
Er werd niets van ons verwacht en we konden lekker achterover zitten.

Een onvergetelijke avond op '`t scheepsruim'.
Een avond die mijn laatste vijf jaren 'eenzame opsluiting' bij mijn vorige bedrijf vrijwillig deed vergeten.

Tot de volgende keer?

31 October 2016

31 oktober 2016 - Voorstelling SAAONE A6


Maandagochtend
Anders dan gebruikelijk start ik de maandagochtend. Ik ben een beetje nerveus.
Afgelopen weekend is men hard bezig geweest op de rijksweg A6 voor de nieuwe voorstelling “Gewijzigd asfalt op de AZES”.
Dag en nacht is er gewerkt om de voorstelling maandagochtend om 05:00 uur te laten starten. En het is duidelijk gelukt.


Ouverture
Om 7:50 voeg ik mijn auto via de oprit Almere-Haven behendig tussen de genodigden.
Als een heus defilé beweegt de rij, met gevoel voor respect voor de makers, langs het decor.
Om 8:17 glijdt ter hoogte van 49,2 de schaduw van de Hietlandbrug over mij heen.
Links van mij ligt achter een vangrail nieuw asfalt klaar.
Dit is duidelijk een deel voor VIP’s. Geheel in stijl hebben ze een bord geplaatst.
‘Uitgezonderd werkverkeer’.
Geinig.


Situatie gewijzigd
Vier minuten later klinkt ‘Satellite van the Hooters’ uit mijn speakers.
Ik bevind mij dan ter hoogte van 48,6, ik schuif een rijstrook naar links om geen last te krijgen van de late genodigden die zich via de volgende oprit tussen de gasten willen mengen.
Om 8:28 wordt het spannend als ik bij 47,9 een verlicht bord zie staan met: SITUATIE GEWIJZIGD!
Ik zet de radio uit en probeer de gewijzigde situatie te herkennen. Het viaduct Beginbos oost ligt nauwelijks achter mij als ik mij een eerste wijziging verbeeld.
Ik concentreer mij op de mogelijk nieuwe situatie. Ik bevind mij duidelijk meer westelijk dan een week eerder. 2 nieuwe stroken… Of niet?

Brokstukken
Links van mij ligt, achter de geleiderail, weer asfalt. Nu echter verschillende stapels met brokstukken. De dikte hiervan valt mij op.
Ter plekke verzin ik een titel voor een potentiele hit van Metallica. “12 inch chunks of asphalt”
Het decor van de hoge wissel passeert mij om 8:34 en ik besluit om de meest linker strook aan te houden.
Het is 8:44 als we de Hollandse brug over kruipen waar een bord aangeeft dat we knooppunt Muiderberg naderen. Nog 1900 meter te gaan.


De finale!
Ik ga rechtop zitten en bereid me voor op het knooppunt. Het sluitstuk van de voorstelling.
Als ik om 12 minuten voor 9 de A1 op schuif besef ik dat ik de apotheose gemist heb. Te druk. Teveel situaties. Veiligheid!
Enfin, we verlaten de schouwburg A6 en als ik even later onder de Vechtbrug rij zak ik achterover in mijn stoel.
Eindelijk weer een vertrouwde omgeving…

16 June 2016

Het jaar 2359...


Past jouw geboortejaar in het uur?

Zoals mijn ouders en mijn oudere broers wel in de klok passen, passen mijn zusje en ik er niet in.

Mijn vader zag het levenslicht in 1929 (negentien uur negenentwintig) en mijn moeder kwam in 1930 ter wereld. Omgerekend exact om half acht dus.

Voor mijn broers, geboren respectievelijk in 1953 en 1958, staan de wijzers klokgezien op zeven- en twee minuten voor acht.

Ik werd in 1961 geboren. En mijn zusje later...

Mijn kinderen werden nog later in de twintigste eeuw geboren.

Het eerste kind dat de klok weer in gang zette is geboren in 2000.
Exact om acht uur.

We tellen deze eeuw door tot 2059.
Eén minuut voor negen.

Het jaar 2359 zou op deze wijze één minuut voor twaalf betekenen.

Zal de mensheid dit nog meemaken?

08 June 2016

Niets is zo erg om genegeerd te worden.

Onlangs legde een jonger iemand mij het volgende voor. Telkens als zij "de man met het krantje" bij de supermarkt zag staan voelde ze zich ongemakkelijk.
Gelukkig was ik op dat moment in staat om een passend antwoord te geven.
Ik zei; "Doe gewoon. Doe alles maar negeer hem niet. Maak oogcontact en laat merken dat hij gezien wordt als mens.
Enkele dagen later sprak ik haar weer. Ik vroeg hoe het ging. Haar blije lach en dito knipoog zeiden voldoende.

Niets is zo erg als genegeerd te worden...

14 January 2016

Wist jij dat?

Ik wou dat ik wist wat ik wilde, en dat
ik er niet zo zwaar aan tilde, want
in mijn halfvolle glaasje
staan nu meerd're halflege.
Ik heb knarsende tanden voor
mijn kiezen gekregen.
Mijn voeten gegroeid
want mijn schoenen
die wringen
van doodgewone zaken
en andere dingen
Ik wou dat ik klaar was
met weten wat ik wilde
zodat ik eens wist
wat ik wou...

04 January 2016

Zandkasteel

Tranen verdonkeren
langzaam het zand
waarmee ik speel...
gedachteloos
met onbekende hand.

Eb glijdt weg tussen vingers.
Vloed verstoort het spel
van stuivend zand
en stelende wind.

Een eeuwige vijand die nooit overwint.
Nog even speelt de korrel op 't oneindige strand
voordat het straks op mijn kist belandt.

Pubertijd of penopauze?

"Anders nog iets?" De bakkersvrouw wacht een moment geduldig op mijn antwoord.
Ik kijk Rosanne vragend aan. Ze knikt. Ik draai me om naar de toonbank en zeg; "2 croissants, alstublieft."
Naast mij klinkt er een doffe knal.

Ik schrik niet, kijk richting mijn dochter en zie wat ik reeds verwachtte.
Ze was zojuist ontploft.

Ze probeert haar rode hoofd in haar jas te verstoppen terwijl ze mij een vernietigende blik toewerpt.
"Het is krosant!"; sist ze woedend. Ik begrijp wat ze bedoelt en haak er op in.
"Nee hoor, wij Nederlanders zeggen krosantje maar ze heten croissants.
Nietwaar mevrouw?"

Tot grote teleurstelling van dochterlief probeer ik de bakkersvrouw bij de discussie te betrekken.
Ze knikt bevestigend en met een lichte triomf kijk ik naast mij.

Ik herhaal plagend het woord croissants nog een paar keer teneinde haar uit te leggen wat het verschil is tussen de twee benamingen.
Aan haar ogen te zien kan ik elk moment mijn laatste adem uitblazen
"Hou nou op pap!"; zegt ze zacht.

Dan besluit ik toch nog één act toe te voegen aan dit toneelstukje.
"Let op, straks volgt de apotheose."; spreek ik haar quasi leuk toe.
Ze kijkt niet begrijpend voor zich uit en wacht af.

Ik betaal het verschuldigde bedrag en pak het brood en de croissants van de toonbank.
"Prettig weekend."; wenst de vrouw mij toe.

Ik kijk snel naar mijn dochter en roep vriendelijk tegen de vrouw; "Ik ook van jou!"
Op dat moment werd het zakje met croissantjes uit mijn hand gegrist en zag ik mijn dochter de winkel uitrennen.

27 November 2015

Geconditioneerde Stimulus.

Ken jij dat ook? Dat gevoel uit je kinderjaren?
Dat het gezin centraal stond met de ouders als spil?
Er was niets aan te merken op onze opvoeding.

Wij waren goed!

Over alle buren hadden wij wel iets te zeggen.
Neem bijvoorbeeld die twee mensen zonder kinderen, dat waren echte zeurpieten.
Wij doopten hen ‘de zeikerds’.

Een gezin boven ons was dagelijks bezig met het oppompen van de fietsbanden.
“Armoedzaaiers! Koop toch eens een behoorlijk stel banden…”; liet onze vader zich eens ontvallen.

Kortom, wij waren eigenlijk te goed voor die straat in Osdorp!

Vaak waren de buurjongens met veel plezier aan het voetballen.
Pfff. Daar deden wij niet aan mee!
Die groep had nou eenmaal geen gevoel voor talent.

En daar waren die buren van verderop. Zij waren niet eens in het bezit van het rijbewijs!
“Haha…”; schamperden we als ze zich weer met een busje naar schiphol lieten rijden.

Naar een ver vakantie oord…

Nee wij dan, wij huurden een Transit en reden zelfstandig naar een kampeerterrein op de Veluwe.

Echt hoor. In mijn straat woonden louter slappelingen.

Ik herinner mij een buurjongen die eens bij ons thuis kwam.
Hij liep al kuchend door de sigarettenrook die prominent in onze huiskamer hing! Tssss!
Ik ademde diep en keek trots naar de benauwde jongen.

Ik ben nu al zo’n dertig jaar weg uit Osdorp.
Soms denk ik terug aan mijn straatje.
Zouden mijn buurtgenoten ook wel eens terugdenken aan vroeger?

Zouden ze ons nog herinneren? Hoe? Als die jaloersmakende mensen?
Als dat gezin dat superieur was aan de straat?

Of als dat arrogante gezin? Met die ouwe auto en zonder fietsen?

Goed om na al die jaren eens verder te kijken dan je neus lang is.

Misschien waren die anderen helemaal niet zoveel minder dan ons?
Viel er wellicht op ons ook wel iets aan te merken?

Ik kan mij bijna niet voorstellen. We waren zo goed!

25 November 2015

Meneer Ed

Ik neem je mee terug naar een dag tijdens mijn vrijwilligerswerk in het plaatselijke hospice.

11 december 2012

Meneer H. uit kamer 1 had gebeld.
Ik liep zijn kamer binnen en vroeg waarmee ik hem kon helpen.
"Ik wil even bungelen..."; antwoordde hij zacht.
Even later had ik het hek 'aan de goeie kant' van zijn bed naar beneden geschoven.
Hij draaide voorzichtig zijn benen uit bed en bleef schuin tegen de stapel kussens liggen.

Buiten adem. Vermoeid van deze inspanning.
Ik had deze man nog niet eerder ontmoet. Hij lag er slechts een paar dagen.
Een doodzieke man die je onbekend is heeft niet veel gespreksstof.
Ik moest goed nadenken wat ik wilde zeggen. Wat ik wilde vragen.
Dat was merkbaar míjn probleem.

Het leek de man niet te deren of die
vrijwilliger er was.

Tijdens de overdracht, enkele uren ervoor, had ik vernomen dat het slecht ging met hem en dat hij graag het hek naar beneden wilde hebben.
De waarschuwing ging echter uit dat dit een gevaar voor hemzelf kon betekenen.
"Ik blijf wel even bij je zitten."; zei ik 'opdringerig'.
Hij mompelde dat dit niet nodig was maar in dit geval besloot ik het
toch maar te doen.

Het was zwaar. Zijn hand op zijn maagstreek leek hem te willen helpen ademen.
Hij ademde oppervlakkig maar opvallend zwaar.
De ademtochten stootten mij in het gezicht.
Ik huiverde even maar liet het toe.
Onbewust dacht ik aan de door kanker gefilterde lichaamsadem die mijn
gezicht streelde.

De man wilde niet meer.
De goedkeuring over zijn wens tot euthanasie had hem enkele minuten
geleden bereikt.
Goed nieuws voor hem.
Dat wist ik. Ik kon het echter niet meer echt aan hem merken.
Het deed mij goed dat hij me het toch even mededeelde.
"Over drie dagen is het afgelopen..."
Met die mededeling en dat gevoel kon ik even later mijn dienst overdragen.

Afscheid.
De adem van een man toelaten op mijn gezicht. Je stapt soms vreemde 
drempels over.

Twee dagen later bereikte mij het nieuws dat hij toch nog plotseling was overleden.

14 November 2015

Als de toekomst halt houdt.

Zaterdag 14 november 2015
Een ochtend breekt aan.
Een nieuwe dag zoals iedere andere dag in het weekend. Boodschappenlijstje, klusjes etc.
Kortom, een gewone dag.
Ik werd wakker en dacht aan hen.
Aan de familie, vrienden en andere relaties van-, en aan de slachtoffers van Parijs.
Zij verloren gisteren plotseling hun dierbaren.
En niet zomaar aan ouderdom, een ongeluk of een normale ziekte.
Nee, het was een andere vreselijke ziekte die momenteel waart over de wereld en die, tijdens de donkere uren in de stad van de liefde, epidemisch toesloeg en het leven nam van talloze onschuldigen. Daarnaast zwaargewonden en ooggetuigen achterliet die getraumatiseerd het vertrouwen verloren in het leven in vrijheid.

Ik denk aan hen. En aan een oplossing.
Ik weet dat ik dit niet eventjes op los.
Ik kan slechts een bijdrage leveren door vertrouwen te houden in de mens en mij niet te laten leiden door angst.
Op die manier hoop ik mijn vrede te bewaren en zorg ik er voor dat mijn toekomst niet stopt.
Hoe lever jij je bijdrage?

26 October 2015

Vluchtelingen 2015

Is het een leger dat
zonder wapens…
onze grenzen overschreid.
In een 3-D geprint paard van Troje
Duizenden gestrand onderweg
naar het land van belofte
Normandië 2015.

Zijn het grauwe ganzen die
komen in groten getale.
Vermenigvuldigen.
Kaalgevreten weiden
Dwangmatig ‘foie gras’
Laten los en vertrekken
in een V-vorm…

Het is wat het is…

08 September 2015

Een Rotterdamse sluwe vos in Frankrijk.

 

En zo belandden wij na een heerlijke ontspannen reis op de camping in de Franse Ardeche…

We mochten kiezen uit twee plaatsen. Eén beneden aan l'eyrieux of één boven bij het zwembad, de winkel en het restaurant.
We kozen de plek aan de rivier l'eyrieux.

Zoals we van een camping in Frankrijk mogen verwachten kreeg ons puptentje een plek tussen aan de ene kant heuse Limburgers en aan de andere kant mensen uit Rotterdam.

Wij vielen op. Althans, ons tentje. De Limburgers hadden een caravan en de Rotterdammers hadden een aanhangwagen mee om de reuze 5-benige boogtent in te vervoeren.

Ondanks, of juist dankzij onze kleine trouwe tent waren we happy. En ondanks dat er voor 95% Nederlanders waren creëerden we toch het Frankrijk gevoel.

Wat heb je meer nodig dan een stokbroodje, een stukje fromage en een flesje wijn?

Onze buren waren leuk. Gewoon leuk. Dat is logisch want wie liefde zaait zal liefde oogsten. Nietwaar?

Ook onze Rotterdamse buren waren aardig.

Al snel kwam ik er achter dat de “man des tents” kwa kennis behoorlijk breed ontwikkeld was.
Althans, zo deed hij dit voorkomen.
De zaken die ik zo nu en dan te berde bracht, werden aangevuld en/of verbeterd!

Ik vertelde bij gelegenheid enthousiast over mijn eerdere waarneming die dag van de bosbeekjuffer.

Een blauwe libelle die ons een blik gunde op het paringswiel met een libelle van een andere kleur.

Hij luisterde waarschijnlijk met een half oor want voor dat ik klaar was met mijn verhaal onderbrak hij me.

“Weet jij hoeveel ogen een libelle heeft?”

Ik sla dood en mijn hersenen proberen het deel van de logica te activeren…
Het lukt niet direct maar bij zo’n vraag zal er wel iets afwijkends aan komen.

Dus ik gok. “Euh, vier?”

“Nee, wel honderden!”; antwoordt de man met een euforische glimlach.

Ik antwoord: “O”.

“En weet je?...”; vervolgt de man, “Weet je dat je een libelle nooit in je aquarium moet krijgen? Als dat gebeurt ben je zo van je vis af…”

Ik denk na. Waar wil hij naar toe? Hoe vaak komt het voor dat een libelle beroep doet op jouw gastvrijheid?

En stel dat hij je huis binnenvliegt…
Hoe vaak staat daar dan een aquarium… Met zonder deksel?

Ik confronteer hem met mijn gedachten en besluit direct het over een andere boeg te gooien.

“Wij hadden thuis een 2 meter bak. We hadden nooit last van libelles.

Een gezelschapsaquarium met Cabomba, Valesneria, Amazoneplanten.“
Ik noem enkele planten die ik mij herinner. "Kongozalmen, zwarte tetra's, maanvissen, neont..." .Als ik de vissoorten begin op te sommen onderbreekt de man mij ten tweede male.

“Wij hadden een 3 meter aquarium”; sprak de man.

Er volgt een discussie over onderhoud anno 2015 versus de verzorging zoals mijn vader dat in de jaren zeventig deed.
Als ik de man moest geloven dan was de verzorging zoals mijn vader dit deed compleet fout!
“Lees maar op ‘aquabora’, daar ben ik lid van en ik schrijf daar een vaste column…”

Ik laat het voor wat het is…

De vakantie gaat door. We ontdekken. We zien. We lachen en rusten uit.
We ademen vakantieliefde…

Dan, op een ochtend gebeurt het weer.
Ik kruip uit mijn tentje, rek mij uit en zie de buurman.
Ik groet hem en hij groet terug.

In mijn ooghoek zie ik hem veelbetekenend naar zijn vuilniszak kijken.
“Een vos!”; roept hij triomfantelijk. “Dit is een vos geweest.”

Wij denken na (Want een gewaarschuwd mens telt voor twee).
We denken, ‘hoe kan deze Rotterdamse man uit Les Pays Bas weten dat het een vos is die hier is geweest?’

Ik reageer direct terwijl ik overdreven snuif.

“Nee, was geen vos. Een vos ruik je altijd. Laat een urine spoor na. Die ruik je overal boven uit.”

Ik formuleer de woorden bijna achteloos. Ik stond gewoon te liegen.
Te liegen om te voelen hoe het voelde. Om te zien wat er gebeurde.
Om de man te laten weten dat ik er ook toe doe!
Mijn leugen hangt even boven de rivier tussen ons in.
Buurman laat zich echter niet uit het veld slaan en schudt zijn hoofd. “Ik hoorde hem vannacht en toen heb ik onder de rand van de tent gekeken.

Het was zo’n vosje!”; zei de man terwijl hij de wijsvingers van beide handen dertig centimeter uit elkaar hield.
Weer een punt voor hem. Ik moest lachen. Ook een vos in Frankrijk verliest zijn haren.

Ik ga koffie zetten en neem op dat moment een besluit.
Volgende keer een camping met alleen Fransen. Die snap ik tenminste.